Wat is er nodig om veilig af te bouwen, ook voor ouders, verwanten en medewerkers?
door Marian Hoekstra en Sandra de Wit, Stichting de Zijlen
Door een gericht project is de Zijlen, een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking in de provincie Groningen, erin geslaagd om de hoeveelheid Zweedse banden te verminderen. Wat was er nodig om veilig af te bouwen, ook voor ouders, verwanten en medewerkers? Heel expliciet wordt hierbij aandacht besteed aan "onderzoek" van de situatie en risico's, maar ook aan de ouders/ verwanten. Wat is voor hen belangrijk, welke ideeën hebben ze, wat voelt voor hen goed? De afbouwprojecten zijn multidisciplinair opgezet.
Aanleiding voor De Zijlen, om dit project “De band in de ban” te starten was het inspectierapport uit 2002 over “Risico’s van de Zweedse band in de gehandicaptenzorg” en de conclusie uit dit rapport dat de kwaliteitszorg rond het gebruik van Zweedse banden sterke verbetering behoeft. Vervolgens is een opzet voor het project gemaakt waarbij een inventarisatie is gehouden:
• bij welke cliënten een onrustband werd gebruikt;
• waarom de onrustband werd gebruikt;
• welke alternatieven er zijn voor het gebruik van een band.
Ook werden de consequenties en risico’s beschreven, evenals de financiële gevolgen.
Daarna werd het plan van aanpak in het MT besproken. Er werd structureel gerapporteerd aan de sectormanager, afgestemd met de Bopz-arts en begeleiders en pb-ers werden geschoold op het gebied van middelen en maatregelen.
Uitgangspunt van het project was om de interventie letterlijk zo ver mogelijk van de cliënt te plegen en het liefst niet aan het lichaam van de cliënt. Op cliëntniveau waren er een gesprekken met de persoonlijk begeleider, begeleiders wonen, gedragsdeskundige, fysiotherapeut, etc. Tijdens bespreking in het MDO was ook de wettelijk vertegenwoordiger aanwezig. Vervolgens werden concrete afspraken gemaakt en werd een plan van aanpak op cliëntniveau vastgesteld. Daarna werd het alternatief ingevoerd, eventueel stapsgewijs. Ook vonden er regelmatig evaluaties plaats.
De inzet van de diverse disciplines hebben bijgedragen aan het behaalde resultaat. Met name door het betrekken van de fysiotherapeut werd vaak veel duidelijk over de mogelijkheden en onmogelijkheden die een cliënt heeft op het gebied van mobiliteit. Deze mogelijkheden en onmogelijkheden waren zeer belangrijk bij het maken van keuzes en het bedenken van een goed alternatief. Ook is de inbreng van de fysiotherapeut belangrijk geweest bij het doen van een Risico Inventarisatie.
De communicatie met de wettelijk vertegenwoordiger van een cliënt is telkens maatwerk geweest en erg belangrijk voor het hele traject. Op welke manier voelt het ook voor de wettelijk vertegenwoordiger veilig om een band niet meer te gebruiken? Deze vraag is steeds gesteld en besproken met de wettelijk vertegenwoordiger.












