Bijzondere leefkernen
Met de herinrichting van het voormalige Van Boeijen oord, worden de oude 'paviljoens' ontmanteld. Ook daar waar sprake is van relatief homogene ondersteuningsvragen bij mensen met moeilijk verstaanbaar gedrag (de oude termen SGEVG/SGLVG, de huidige ZZP 7 en EZB) was nieuw beleid noodzakelijk.
De oude woon- en werkvoorzieningen matchen niet of onvoldoende met het persoonlijk perspectief en de daarbij behorende ondersteuningsvragen en randvoorwaarden. Het gaat om cliënten met onbegrepen en risicovol gedrag. Hun specifieke ondersteuningsvragen hebben veelal betrekking op verschillende functioneringsthema’s in termen van gedrag in combinatie met een lichte of (zeer) ernstige verstandelijke beperking gecombineerd met psychiatrische problematiek.
Vanboeijen heeft een strategische keuze gemaakt voor het ontwikkelen van aanbod voor cliënten met bijzondere, intensieve en complexe ondersteuningsvragen op de leefgebieden wonen, werken en dagbesteding en de invulling van de vrije tijd. Aandachtspunten daarbij zijn: specifiek, op maat, flexibel, partnerschap, in samenwerking met andere (locale) zorgaanbieders en centra voor diagnostiek en behandeling. Focus ligt op maatwerk- omdat iedere cliënt uniek is- en vooral op wat de cliënten wel kunnen en willen. Hiervoor is een onderzoekende en ontdekkende houding onontbeerlijk maar ook professionaliteit in termen van kennis, vaardigheden en multidisciplinaire samenwerking. Aan alle bijzondere leefkernen is een scholingstraject verbonden. De scholing behelst een aantal vaste onderdelen die voor iedere bijzondere leefkern wederom op maat worden samengesteld en gegeven.
Vanboeijen beoogt voor alle cliënten een kwalitatief goed leven te bieden waarin toepassing van de BOPZ niet meer noodzakelijk is of tot het minimale beperkt kan worden. Veiligheid voor zowel de cliënt als de medewerkers is echter van groot belang. Zorgvuldigheid en samenspraak is hiervoor absolute voorwaarde.
Leefhuis
Vanuit het project 'bijzondere leefkernen' worden systematisch de oude woonvoorzieningen, samenstelling van de cliëntengroep en het ondersteunende team onder de loep genomen en aangepast aan de kaders goed perspectief voor cliënten, medewerkers en organisatie.
'Het Leefhuis' vormt een van de bovengenoemde bijzondere leefkernen die sinds oktober 2007 van start zijn gegaan. Er is sprake van (zeer) nauwe samenwerking (partnerschap) met de verwanten van de cliënten. Mede dankzij hun inzet, visie en moed om hun wederom gegeven vertrouwen, is Het leefhuis tot stand gekomen.
Een bijzondere leefkern met een eigen karakter. De drie leefmilieus (wonen, werken en vrije tijd) zijn samengesmolten en lopen voor de cliënten naadloos in elkaar over. Het wordt door een en hetzelfde team vorm gegeven in een 24 uur cyclus, waarbij de medewerkers zowel woon-, werk-, vrije tijd als nachtzorg bieden. Nu is de BLK Het leefhuis nog gehuisvest in een boerderij in Hooghalen. Begin 2010 zullen zij gaan verhuizen naar de volledig gerenoveerde boerderij in Grollo. Regie op locatie (self supporting) is een belangrijk thema. Er wordt zelf gekookt, boodschappen gedaan, gewassen etc.
De cliënten die woonachtig zijn binnen Het Leefhuis, hebben ieder voor zich een (zeer) bewogen levensverhaal. (Zeer) ernstige vormen van probleemgedrag zijn daarvan hun uitingsvorm. In de huidige situatie is er sprake van een (zeer) intensieve begeleidingsvraag waarbij soms permanente ondersteuning en/of toezicht noodzakelijk is. Een verleden met veelvuldig toepassing van vrijheidsbeperking en het gebruik van middelen en maatregelen (M&M) is in de huidige situatie tot stilstand gebracht.
In Het leefhuis is er sprake van een volledig ”open” setting. Er gaan geen deuren op slot en de keuken is vrij toegankelijk. De gemeenschappelijke ruimten van het huis zijn ingericht naar normale maatstaven. Een enkele slaapkamer (daar waar de cliënt op zichzelf is) is qua inrichting nog aangepast, passend bij de vraag van deze cliënt. Bij (zeer) ernstige vormen van agressie worden middelen en maatregelen toegepast in de vorm van fixatie (CFB methode). Accent ligt echter op het voorkomen en het gebruik van alternatieven (zoals even uit de situatie halen, vroege signalering, etc). De frequentie en intensiteit ten aanzien van de toepassing van deze M&M zijn in vergelijking met het verleden dan ook aanzienlijk afgenomen. Dit geldt voor alle cliënten afzonderlijk.












